Terwijl ik dit schrijf, zitten de eerste drie lesdagen er alweer op. De kop is eraf! Een fijne start is gemaakt! Gedurende deze dagen is me ook al opgevallen dat op dit moment nog niet ieders leerproces zichtbaar is. Leerlingen die nog niets zeggen, die vooral kijken en luisteren.

Dit soort leerlingen zitten in iedere klas. Soms zijn het kinderen die tijd nodig hebben om zich veilig te voelen, soms nieuwkomers die de taal nog niet spreken… of het is een combinatie van beide? Deze stille periode roept vragen op: Snapt hij/zij het wel? Moet ik meer stimuleren? Precies dit is de stille periode, een periode waarin meer gebeurt dan ogenschijnlijk lijkt.

Wat is de stille periode?

De stille periode is een fase waarin leerlingen wél veel opnemen, maar dit nog niet meteen verbaal of actief teruggeven. Het komt vaak voor bij:

jonge kinderen die een nieuwe vaardigheid ontwikkelen;

leerlingen die net een nieuwe taal leren;

kinderen die zich in een nieuwe omgeving of klas moeten aanpassen.

Tijdens deze periode lijken leerlingen stil, maar onder de oppervlakte gebeurt er juist ontzettend veel. Ze observeren, luisteren, verwerken en bouwen kennis op die later zichtbaar wordt.

Waarom is stilte zo belangrijk?

Eerder heb je al kunnen lezen dat tijdens de stille periode veel gebeurd. In deze periode wordt veiligheid opgebouwd. Leerlingen hebben de tijd nodig om vertrouwen te krijgen in de leerkracht en zich veilig te voelen in de groep, voordat ze zich durven uiten.

Hoe herken je de stille periode?

Wat ik gezien heb in mijn groep is dat:

  1. De leerling luistert aandacht, maar zegt niets.
  2. De leerling gebruikt non-verbale signalen: Het zingen van liedjes, gedurende de creatieve opdrachten. Het wijzen naar de drinkfles om duidelijk te maken of ze mag drinken.
  3. Het begrijpen en maken van taken, maar mondeling niet reageren.
  4. Het veel in de gaten houden van mede-leerlingen en leerkracht en deze volgt de instructies vervolgens op.

Dit zijn enkele voorbeelden uit mijn praktijk deze week, waaruit blijkt dat de leerlingen wel actief zijn gedurende hun stille periode.

Wat kun je als leerkracht doen in de praktijk?

✅ Stap 1 – Creëer veiligheid

Benoem dat stilte oké is: “Je mag luisteren, je hoeft niet meteen te praten.”

Zorg voor voorspelbare routines (begroeting, vaste dagopbouw).

✅ Stap 2 – Observeer actief

Noteer wat de leerling begrijpt of uitvoert, ook zonder woorden.

Let op non-verbale signalen: knikken, lachen, wijzen, meeschrijven.

✅ Stap 3 – Bied non-verbale deelname

Gebruik kaartjes, gebaren of visuele ondersteuning.

Laat leerlingen antwoorden door te wijzen of kleuren aan te geven.

✅ Stap 4 – Geef taal zonder druk

Praat veel tegen de leerling, maar stel geen complexe vragen.

Herhaal de kern en gebruik ondersteunende gebaren of plaatjes.

✅ Stap 5 – Bouw succeservaringen in

Laat de leerling eenvoudige opdrachten doen die zeker lukken.

Beloon en benoem kleine stappen (een woord fluisteren, een zin nazeggen).

✅ Stap 6 – Zet maatjes in

Koppel de leerling aan een klasgenoot (werkmaatje).

Laat ze samen oefenen (of vertalen) voordat er klassikaal iets gedeeld wordt.

✅ Stap 7 – Heb geduld en blijf consequent

Verwacht niet direct taalproductie.

Weet dat stilte een fase is: na deze periode volgt vaak een sprong vooruit.

De kracht van geduld

De stille periode is dus een natuurlijke fase van leren en ontwikkelen. De leerkracht is hierin een belangrijke factor voor het creëren van veiligheid en kleine succeservaringen, zodat de leerling uiteindelijk uit zijn stille periode komt en ook enthousiast en actief deelneemt gedurende de lessen.


Ontdek meer van NT2 Onderwijs

Abonneer je om de nieuwste berichten naar je e-mail te laten verzenden.

Plaats een reactie